Loslaten en creativiteit ontdekken

Loslaten en creativiteit ontdekken

Toen ik aan deze blog begon, zat ik met gemengde gevoelens. Enerzijds voelde ik de urgentie van deze tijd, waarin we in een situatie terecht zijn gekomen waardoor we als kerk ons kunnen uitstrekken naar God en nieuwe mogelijkheden mogen ontdekken voor ons leven en onze gemeente. Maar anderzijds voelde ik ook de grote impact die de coronatijd heeft op mijn leven en op de levens om mij heen. Iets daarvan lazen we al in de bijdrage van Oeds, Daniël, Erik, David en Jan Martijn.

Enerzijds is er de verstoring

Wat mij in deze tijd raakt, is de verstoring van regelmaat en ontmoeting. En dat raakt ook aan mijn gevoel en verlangen om ergens bij te horen. En dat merk ik niet alleen bij mezelf... Deze verstoring maakt ook dat mijn energie soms heel hyper is, maar soms ook inzakt als een mislukte natte cake. Zo’n natte cake kan best lekker zijn, maar het was niet geheel de bedoeling. Soms wil ik van alles doen en zijn er goede gevolgen van mijn acties, maar soms merk ik ook dat gebruikelijke acties en patronen niet meer werken en raak ik wat ontmoedigd en futloos. En de tijd tikt door.

In het gezin is het juist intensief nu met kinderen veel thuis en meer begeleiding met schoolwerk. Ik ben erg blij dat onze jongste sinds vandaag weer meer naar school kan en heb torenhoge waardering gekregen voor de leerkrachten.

Maar naast ons gezin is het contact en de ontmoeting toch behoorlijk verstoort geraakt. Met name mijn lieve pa in het verzorgingstehuis in Rijnsburg spreek ik alleen via de telefoon en via het balkon of het raam. En dan heb ik nog geluk dat het de eerste verdieping is en niet de vijfde... Hij heeft het lichamelijk zwaar en mist het contact met ons kinderen, de familie en de Baptistengemeente in Leiden. Gelukkig mag mijn zus elke week een keer fysiek op bezoek en mogen wij misschien straks ook weer.

Ook in mijn betrokkenheid bij de gemeente merk ik deze verstoring van ritmes en contacten. Ik ben dan wel geen ‘echte’ voorganger ;) maar wel enorm actief als deelnemer, (bege)leider en adviseur op diverse plekken. Zeer betrokken, maar ook graag actief aan de rand van de gemeente :-J In onze pioniersplek De Lunch in Ede waar ik in het leidersteam zit, zijn ook onze zingevingsgesprekken in ons buurtcentrum gestopt en zetten we die voort via WhatsApp. Deze gesprekken hadden we ook in het centrum van Ede (Cultura) en dat gaat ook door via WhatsApp. Dat geeft nieuwe kansen omdat er meer mensen van buitenaf aanhaken en we andere missionaire projecten hiermee inspireren, maar we missen wel het fysieke contact en de ontmoetingen met elkaar. Dat loopt nu meestal via spontane ideeën om te wandelen of te fietsen.

> De verstoring maakt moe

Dit gemist aan contact lijkt ook gepaard te gaan met de ervaring van online-moeheid. Dat is de term die ik hoorde in onze intervisiegroep met lokale jeugdwerkers. Moeheid, onwennigheid of het gewoon zat zijn. Onlinecontact kan waardevol zijn, maar het kan blijkbaar geen vervanging zijn.

> De verstoring maakt ook creatief en open voor nieuwe mogelijkheden

In onze ‘moederkerk’ Op Doortocht streamen we al wat langer de zondagsdiensten. Nu is er geïnvesteerd in de kwaliteit hiervan en is het de bedoeling dat het jeugdwerk en de kringen doorgaan op alternatieve manieren. Zelf ben ik als deelnemer en kringleider betrokken bij een themakring met zo’n acht deelnemers. We zijn erg blij dat onze skypemeetings zeer goede uitwisselingen opleveren, maar ook daar missen we de echte ontmoeting. Binnenkort gaat dat gelukkig weer gebeuren. Als ‘Op Doortocht’ willen we de komende tijd gebruiken om nieuwe vormen van ontmoeting en viering te ontwikkelen die aansluiten bij de nieuwe situatie. Dat vraagt om veel wijsheid en creativiteit.

Mijn contacten met de intervisiegroep van jeugdwerkers, andere gemeenten en met het landelijk en Europese netwerk lopen ook via mail, WhatsApp en beeldbellen. Ik heb van elke zoom-, team- en skypemeeting een foto gemaakt en dat zijn er inmiddels al tientallen. Met de jeugdwerkers wisselen we veel via WhatsApp uit over deze tijd en over wat er nodig is. Er zijn jeugdwerkhelden die zich volop inzetten voor hun jeugd en zelfs nieuwe vormen en challenges bedenken om de jeugd wekelijks te inspireren. De programma’s van Youth For Christ worden als zeer behulpzaam ervaren. Maar relationeel jeugdwerk is graag wat we met elkaar willen en daarin hoor ik over een gemis aan contact, een digi-moeheid en digitale ongemakkelijkheid bij jeugdleiders. En ook bij de jongeren zelf zien we dit terug.

Zo lijkt het dus een tijd van betekenisverlies (Oeds etc.) en bezinningsvragen (Daniël), maar ook van een alledaagse verstoring van ritme/regelmaat en contacten.

Het oude loslaten om het nieuwe (normaal) toe te laten

Tijdens mijn psychosociale opleiding leerde ik het woord ‘heilzame depressie’ kennen, wat stond voor een fase waarin we merken dat oude doelen niet meer werken en ons lichaam of de nieuwe situatie vraagt om het loslaten daarvan. Dat lukt meestal niet gelijk, dus krijgen we stress als we krampachtig deze doelen blijven najagen. Als het loslaten in de depressieve fase is gelukt, kan er ruimte komen voor de uitdagingen van de nieuwe situatie. Op die manier kunnen we weer doelen en gedrag ontwikkelen die passen in de nieuwe situatie. Dan denk ik aan het ‘nieuwe normaal’ dat we in de persco’s hebben kunnen horen.

En ik krijg de indruk dat dit nu ook de fase is waar we met z’n allen in zitten. Soms wat meer bij het najagen van oude doelen en soms al wat meer bij het loslaten.

  • Wat zijn de verliezen die we als persoon en als gemeente nu ervaren en wat wordt er nu verstoord als het gaat om het gemeenschapsleven?
  • Welke doelen hebben nu minder prioriteit gekregen of moeten we loslaten en welke doelen passen er goed bij de nieuwe situatie?
  • En vanuit mijn LEF-training bij De Navigators stel ik dan de ‘kairosvraag’: wat zou God hier nu mee willen zeggen en hoe ga ik hier gevolg aan geven, persoonlijk als leerling van Jezus en ook als groep of gemeente?

Drie stappen

Ik wil graag drie stappen voorleggen in de hoop dat ze behulpzaam zijn:

Stap 1. Gods trouw is onze bemoediging

Als we terugkijken in de kerkgeschiedenis zien we een zeer creatieve en veerkrachtige kerk, die tegenslagen en depressies kreeg te verwerken en soms zwaargehavend uit de strijd kwam, mensen schoten vaak tekort, maar met God genade en hulp kwamen er nieuwe mensen en oplossingen zodat de kerk altijd weer flexibel kon reageren op nieuwe uitdagingen. Gods trouw door alle jaren heen is hierin onze grootste bemoediging. Bij Missie Nederland is een mooi PDF’je beschikbaar over hoe de gemeente altijd is omgegaan met pandemieën en andere moeilijke situaties.

Stap 2. Richt je op basale ingrediënten voor het gemeenschapsleven.

Ik was enorm geïnspireerd door het artikel van Tomas Halik uit Trouw en de bijdrage van Jan Wolsheimer in het ND.  

De idealist in mij werd hierdoor aangesproken. Mijn besef groeide om deze tijd te zien als een kans voor radicale keuzes en veranderingen voor de gemeente. Lees gerust ook het bovenstaande artikel van Halik in Trouw waarin hij – als Rooms-Katholiek priester en leraar – hiertoe oproept en ook de bijdrage van Jan Wolsheimer om ons te richten op de wijk. Allemaal oproepen die mij uit het hart zijn gegrepen.

Zelf zie ik een uitdaging in de kern van ons gemeenschapsleven waar het gaat om regelmaat samen met echte ontmoeting en het bij elkaar horen. In de Bijbel is het woord ‘koinonia’ belangrijk als het gaat om het gemeenteleven. Ik krijg de indruk dat ‘koinonia’ te maken heeft met een actieve vorm van omgang met elkaar. Een actieve vorm rondom Jezus Christus als Heer, waarin regelmaat, ontmoeting en uitwisseling de basis zijn. En juist deze twee ingrediënten worden gemist in deze tijd. Dit lijken me basale ingrediënten voor ons gemeenschapsleven.

Stap 3. Begin bij jezelf en werk in de gemeente van kleine groep naar grote groep

Omdat grote groepen nu kwetsbaar zijn en voorlopig ook kwetsbaar zullen blijven, kan het helpen om te beginnen bij jezelf als leerling van Jezus. Hoe hou je de regelmaat vast en hoe investeer je in ontmoetingen en uitwisselingen? Vervolgens kan het behulpzaam zijn de gemeente te benaderen vanuit kleine groepen naar grotere groepen. Dat kan voor het jeugdwerk (smallgroups), maar dat kan ook via kringen en zelf ook in het kinderwerk. In deze kleine groepen kun je regelmaat en ontmoeting vormgeven door middel van inhoud en spel met een balans tussen doelmatigheid en ontspanning. Zo kunnen we bouwen aan het gemeenschapsleven in het nieuwe normaal.

Probeer hierbij te onderscheiden wat nu het doel is van gemeente zijn. Blijf scherp op de valkuil om middelen tot doel te verheffen. En misschien moet ik het maar benoemen: de zondagsamenkomst is belangrijk (geweest) voor ons persoonlijk en gezamenlijk geestelijk leven, maar het is geen doel op zichzelf. Dit besef kan ons helpen in deze tijd.

Een hoofddoel lijkt mij dat we met leerlingen, volgelingen en getuigen van de Here Jezus zijn. In ons persoonlijk leven met elkaar.  Daarbij kunnen we gebruikmaken van de middelen die God ons geeft: het onderricht van de apostelen, de gemeenschap met elkaar, breken van het brood en het gebed (Handelingen 2:42). Dit zijn ‘middelen’ waarmee we elkaar kunnen helpen om leerlingen en getuigen van Jezus te worden. En deze ‘middelen’ kunnen we ook in kleinere groepen een plek geven. Net zoals de eerste gemeente dit in de huizen deed. Elke groepsgrootte heeft een eigen waarde en het lijkt me goed om dat juist nu te beseffen en uit te werken als gemeente.

Ik wil hierbij graag verwijzen naar een filmpje van LEF-Navigators dat ze voor Opwekking hebben gemaakt. Dit is de input die we gebruiken voor ons jeugdwerk en daardoor weten we wat we in grote en kleine groepen kunnen doen. De opdracht die ik hieraan wil verbinden is om met je jeugdleiding of gemeenteleiding dit filmpje te bekijken en de vragen hierin te bespreken. Wat mij betreft is dit belangrijk voordat je nu verdergaat met lezen.

NavigatorsOpwekking20

Uitdaging voorgangers

Tot slot wil ik ook voorgangers een uitdaging meegeven: ‘verken in de gemeente hoe je het accent kunt verleggen van de grote groep naar kleinere groepen. Ga hierover in gesprek met de gemeenteraad, maar kijk ook naar je eigen bijdrage en rol als voorganger. Hoe kun je zelf je meer richten op de kleine groep? Hierbij denk ik aan het toepassen van Timotheüs 2:2. Net zoals Jezus zelf heeft gedaan bij de twaalf, geeft Paulus aan Timotheüs de opdracht: ‘geef wat je van God hebt ontvangen door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen’. Wat vraagt dit van jou? Misschien een ontwikkeling van 'anderen leren als prediker' naar 'anderen leren als trainer', die in dialoog gaat met zijn leerlingen. Kijk om je heen uit naar mensen die je hierin kunt betrekken. Vorm zo kleine groepen, die zich weer kunnen vermenigvuldigen naar meerdere groepen met nieuwe leiders die bekwaam zijn gemaakt om te onderwijzen.  

Dit is mijn blog voor dit moment en ik hoop dat die je mag inspireren om als gemeente los te kunnen laten wat bij het verleden hoort en in wijsheid en creativiteit te ontdekken wat past bij deze tijd en de toekomst die ons staat te wachten. God blijft gelukkig altijd trouw.

Gerelateerde artikelen

About the Author

Ronald van den Oever

Ronald van den Oever

Ronald is Coördinator Jeugd van de Unie/ABC waarin hij gemeenten adviseert bij vragen over de betrokkenheid van jeugd bij de kerk en met jeugdwerkers contact heeft via intervisie of via het netwerk Innov8 van Missie Nederland. Hij heeft als jeugdwerker ervaring met jeugdwerk binnen en buiten de gemeente. Daarnaast heeft hij een hart voor de rand van de kerk en was hij programmamaker bij de EO, gespreksleider van zingevingsgroepen en betrokken bij missionair project De Lunch in Ede. Hij is lid van Baptistengemeente ‘Op Doortocht’ in Ede.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Snel bellen:

Dienstencentrum: 020-2103023
Seminarium: 020-2103024