Impressie van een stage onder de Zoeloes in Zuid-Afrika
Door Sibbele Meindertsma, student Baptistenseminarium
Waarom alsbroeders niet eens de lokale kroeg bezoeken en een praatje aanknopen met de jongens daar? Waarom niet eens een koeienkop aan het spit roosteren om mannen te trekken naar de kerk? Het vermogen van de zending om buiten de vertrouwde kaders te denken werkt aanstekelijk.
‘Als ik jou was zou ik de stage in het buitenland doen’, zo zei een broeder uit de kerk. Deze invulling van de gemeentestage aan het Baptistenseminarium liet mij en mijn vrouw niet meer los. Toen bleek dat zendeling Sietse Veenstra positief stond ten opzichte van onze komst naar Zuid-Afrika, was de trein niet meer te stoppen. God bevestigde ons plan stap voor stap. Of beter: het was zijn plan.
Inmiddels komt het einde van ons jaar in Zuid-Afrika al in zicht: In april vliegen we terug naar Nederland. Het is altijd moeilijk om groei en verandering bij jezelf waar te nemen, maar ik vermoed dat ik de ‘Sibbele van voor Zuid-Afrika’ niet meer terug zou kennen. Naast alle andere ervaringen, heeft met name het meedraaien in de zending in Madadeni mij enorm gevormd.
Madadeni is een township dat samen met het naburige oSizweni op zo’n 800.000 inwoners wordt geschat en nog steeds groeit. Ik weet nog goed hoe opgewonden en ook gespannen ik was toen we, direct al op onze aankomstdag in Zuid-Afrika, Madadeni bezochten. Hoe zouden deze arme mensen reageren op een blanke? Het werd nog spannender toen bleek dat we de eerste tijd onder de Zoeloes zouden wonen, in het huis naast de kerk. We waren de enige blanken in de wijde omtrek. Zonder stromend water binnenshuis, met het toilet op 50 meter afstand en zonder veel privacy was dit wel wat anders dan in Nederland. Maar voor ons was deze ‘onderdompeling’ in het township de ideale binnenkomer. We leerden de Zoeloe-cultuur van binnenuit kennen. Ook raakten wij en de mensen van de kerk en de buurt met elkaar vertrouwd. Deze vijf weken vormden de basis voor mijn functioneren in de Gereformeerde Kerk in Madadeni.
Vanaf het begin werd ik intensief betrokken in het werk van de gemeente. Het Baptistenseminarium gaf mij alle ruimte om de stage op een manier in te vullen die past bij de context. Ik had praktische taken zoals benzine dragen (voor het busje van de kerk) en starten van een internet café met behulp van microkrediet tot preken en hutbezoeken doen. Met name de manier van kerk- en voorganger-zijn heeft mij enorm geïnspireerd. Of het verband houdt met het feit dat Sietse Veenstra afkomstig is uit een ondernemersgeslacht weet ik niet, maar zijn manier van werken heeft iets weg van ondernemen. Hij werkt met een visie, een doel dat hij wil bereiken. Alle activiteiten moeten hier aan worden getoetst. Zo is er een sterke rode draad in de kerk. De visie is kortweg om het Koninkrijk van God uit te breiden door kerken te planten. We zijn in Madadeni altijd aan het zoeken hoe we dit doel naderbij kunnen brengen. De kerk die we in juli 2011 gesticht hebben in een nieuwe wijk was een stap in de goede richting. Deze ervaring bevestigde mij erin dat het Koninkrijk van God niet slinkt, zoals we in Nederland nog wel eens de neiging hebben om te denken, maar groeit. Aan ons de taak om hieraan bij te dragen (vergelijk Mattheüs 6:33).
Er liggen grote kansen voor het Evangelie. Het kan mannen veranderen, die het beetje geld dat ze krijgen ‘ver-drinken’ in de kroeg. Het Evangelie geeft vrouwen moed die thuis geslagen worden door hun mannen. Het is de basis voor het starten van een klein bedrijfje met hulp van microkrediet. Het Evangelie is een boodschap die hoop biedt voor Madadeni, dat zoveel geestelijke en materiële nood kent. Het is een boodschap die hoop biedt voor Nederland.
In de zending in Madadeni is men creatief en vernieuwend. Gecombineerd met het enthousiasme van de Zoeloes geeft dit een heel goede mix. Deze geest heeft mij gegrepen. Ik hoop hiervan te profiteren in de heel andere context van Nederland, die toch ook weer zoveel overeenkomsten kent. Zoals Sietse Veenstra eens zei: ‘Je moet het vuur van de Zoeloes zien mee terug te nemen naar Nederland.’ Want de zending is ver weg, maar voor mij vooral ook dichtbij. De nood in Nederland is misschien anders dan in de townships, maar niet minder reëel.
De kerk vecht niet voor een verloren, maar voor een in Jezus Christus gewonnen zaak. Als ik straks terug ben in Nederland wil ik ‘vooruit’ denken en werken, net zoals de dappere mensen in Madadeni dit doen. God geeft grote kansen. Aan ons de taak ze te grijpen.