Arbitragecommissie

De Arbitragecommissie vloeit voort uit het Arbitragereglement dat de Unie van Baptisten in 2007 heeft vastgesteld. De Arbitragecommissie is een 'scheidsgerecht dat belast is met beslechting van geschillen binnen de Unie van Baptistengemeenten in Nederland'. Het arbitrageregelement maakt onderdeel uit van de 'Werkorde Dienstencentrum Unie van Baptistengemeenten (DUB)', die hier te downloaden is.

 

In november 2008 zijn de volgende leden van de commissie benoemd: drs. H. de Boer uit Den Haag, mr. M.M. den Boer uit Den Haag en prof. dr. O.H. de Vries uit Houten. Als plaatsvervangend lid is toegevoegd ds. Chr. Eijer uit Amersfoort.

 

De arbitragecommissie is bereikbaar op het volgende adres:

 

mr. M.M. den Boer (secretaris Arbitragecommissie)
Sjoukje Faberlaan 7
2545 ET Den Haag
Tel: 070 - 3675465

E-mail: Riendenboer@msn.com

 

 


 

Eerste uitspraak Arbitragecommissie Unie


In december 2008 is het eerste verzoek bij de Arbitragecommissie binnengekomen. Dit verzoek heeft geleid tot een uitspraak van 9 mei 2009. De Arbitragecommissie heeft nu een bindende uitspraak gedaan over een geschil tussen een baptistengemeente en haar voorganger.

 

Beiden waren het oneens over de manier waarop zij uit elkaar zijn gegaan. De Arbitragecommissie heeft nu geoordeeld dat - ook al beoogden gemeente en voorganger dat niet - er sprake is van een werkgever- en werknemer-relatie. Daarmee wordt afgeweken van de Handreiking van de Unie die het voorgangerschap als een bijzondere rechtsverhouding beschouwt die niet op één lijn kan worden gezet met een arbeidsovereenkomst.

 

De baptistengemeente en haar voorganger waren het onder meer oneens over hetgeen de voorganger nog aan werkzaamheden voor de gemeente zou verrichten na de datum waarop hij expliciet zijn arbeidsverhouding had beëindigd. Dat verschil van inzicht kon niet worden opgelost door hen beiden. De Arbitragecommissie heeft nu besloten dat de baptistengemeente een vergoeding aan de voorganger moet betalen, omdat de gemeente ook een verantwoordelijkheid heeft voor de voorganger na afloop van de arbeidsrelatie in deze situatie waarin de voorganger niet over voldoende inkomsten kon beschikken en de gemeente daarvan wist toen de voorganger zijn verbinding met de gemeente vrijwillig beëindigde.

 

Een om redenen van privacybescherming geanonimiseerde versie van deze eerste uitspraak van de Arbitragecommissie is in haar geheel hier te lezen.